Dressuur Artikel 140 - Afdelingsdressuur/ vier- en zestallen

Bij afdelingsdressuur wordt er een dressuurproef gereden in een zestal of viertal.

  1. Vier- en zestallen dienen te worden samengesteld uit leden afkomstig van dezelfde vereniging, dezelfde kring of dezelfde regio, tenzij anders is vermeld in het vraagprogramma. 
  2. Deelnemende combinaties in een vier- of zestal dienen in het bezit te zijn van een geldige startpas.
  3. Indien onder dezelfde afdelingsnaam meer viertallen beschikbaar zijn, mogen deze viertallen desgewenst aan dezelfde wedstrijd deelnemen, ook wanneer gestart wordt in dezelfde klasse. Maximaal 1 combinatie, 1 deelnemer of 1 paard uit een vier- of zestal mag deelnemen in een ander vier- of zestal. 
  4. Voor de afdelingsdressuur kennen we de klassen L, M, Z en ZZ. (Klasse ZZ alléén voor paarden) Afdelingsdressuurteams bepalen zelf in welke klasse zij uitkomen. De deelnemende vier- en zestallen rijden in handicap, behalve indien er 4 vier- of zestallen of meer in een bepaalde klasse deelnemen. 
  5. De commandant is verantwoordelijk voor het afdelingsdressuurteam. 
  6. Wanneer tijdens de afdelingsdressuurproef één van de deelnemende paarden verschijnselen van kreupelheid vertoont, zal deze combinatie of het paard uitsluitend op initiatief van de (voorzitter van de) jury door een ander mogen worden vervangen, indien in de onmiddellijke nabijheid een reservecombinatie of een reservepaard gereed staat en de afdelingsdressuurproef direct kan worden vervolgd. De formatie mag in dat geval door de commandant herzien worden. Wanneer er geen vervanging is volgt uitsluiting. 
  7. Bij een val van ruiter en/of paard tijdens een afdelingsdressuurproef vindt geen uitsluiting plaats en mag de combinatie worden vervangen door de reservecombinatie die gereed staat. Wanneer er geen vervanging is volgt uitsluiting. 
  8. Het eventueel verschil in stokmaat van de pony's mag door de jury niet in de beoordeling van een afdeling worden betrokken, evenmin het verschil in harnachement en het eventuele gebruik van een staartriem. 
  9. Pony zes- en viertallen worden samengesteld uit pony's, behorende tot de categorieën A, B en C (max.1 combinatie mag cat. C zijn in een viertal en max. 2 combinaties mogen cat. C zijn in een zestal) of behorende tot de categorieën B, C, D en E; er wordt gereden in de klassen L, M en Z. 
  10. De afdelingsprogramma's moeten worden gecommandeerd. Het is de voorlezer of commandant verboden aanwijzingen te geven, anders dan het letterlijk voorlezen van de afdelingsdressuurproef. 
  11. Op de afdelingsdressuur is dit reglement van toepassing; het gebruik van een karwats of dressuurzweep is uitsluitend toegestaan in de klasse L; sporen zijn in alle klassen toegestaan, doch in géén enkele klasse verplicht. 
  12.  Stang en trens zijn toegestaan voor zes- en viertallen paarden vanaf de klasse Z indien alle combinaties regulier in de klasse Z dressuur uitkomen/geklasseerd zijn. 
  13. Het is ook toegestaan dat één ruiter en één paard uit dezelfde vereniging, kring of regio, afhankelijk van de samenstelling van het afdelingsdressuurteam, welke geen vaste combinatie vormen, maar die ieder wel een geldige startpas hebben, in een andere combinatie deelnemen aan de afdelingsdressuur. 
  14. Het dragen van een veiligheidshoofddeksel is verplicht.
  15. Strafpunten: zie individuele dressuur. 
  16. Plaats juryleden: in het geval van beoordeling door 1 jurylid neemt dit jurylid plaats bij B. In geval van beoordeling door 2 juryleden neemt de hoofdjury plaats bij B en een tweede jury bij C. 
  17. De commandant is niet te paard en presenteert de afdeling. Uitsluitend de commandant brengt, zowel bij het begin als het einde van de proef, voor het front van de afdeling de groet uit naar de juryleden. Bij beoordeling door 1 jurylid neemt de commandant plaats tussen F en B. Bij beoordeling door juryleden neemt de commandant plaats tussen B en M. 
  18. Een vier- of zestal mag nooit incompleet starten of doorrijden. 
  19. Uitvoering van de afdelingsdressuurproeven:
    Over het algemeen geldt, wanneer niets wordt gecommandeerd, dat de afdeling het programma vervolgt op dezelfde hand. Wanneer het gelid is opgesteld, wordt altijd vanaf de rechtervleugel afgebroken en de hoefslag rechts vervolgd, tenzij anders wordt vermeld.
  20. In de afdelingsdressuur dient de oorspronkelijke volgorde - tenzij anders gevraagd – gehandhaafd te blijven op straffe van uitsluiting. Het herstellen van een niet gevraagde plaatswisseling wordt bestraft als onder ‘strafpunten’ aangegeven.