Artikel 7 - Wedstrijdterrein/ Accommodatie

  1. Een wedstrijdlocatie moet zijn voorzien van een veiligheidscertificaat indien dit een permanente hippische indooraccommodatie is. 
  2. De accommodatie en/of het terrein waar de wedstrijd wordt gehouden moet met in achtneming van de desbetreffende discipline:
    a. aan de gestelde afmetingen en inrichtingen voldoen;
    b. een bodem hebben om de desbetreffende discipline verantwoord te kunnen beoefenen;
    c. een goede verlichting van de wedstrijd- en losrijruimte van de indooraccommodatie hebben. 
  3. De KNHS kan verlangen, dat de wedstrijdaccommodatie en/of het benodigde wedstrijdmateriaal wordt gekeurd door een door de KNHS aan te wijzen persoon. Worden de accommodatie en/of het benodigde wedstrijdmateriaal niet goedgekeurd, dan kan de wedstrijd niet worden gehouden, tenzij de vereiste wijzigingen op een zodanig tijdstip zijn doorgevoerd, dat de wedstrijd na herkeuring alsnog kan worden aangevraagd. 
  4. De wedstrijdorganisatie is verplicht zorg te dragen voor een passende accommodatie voor alle officials en bij spring- en dressuurwedstrijden bovendien voor een overdekte juryaccommodatie. Toezichthouders dienen te beschikken over een passende accommodatie die bij slechte weersomstandigheden verwarmd is. 
  5. De wedstrijdorganisatie is verplicht ervoor zorg te dragen, dat onbevoegden geen toegang hebben tot de wedstrijdring, de stallen, de oefenring, de juryaccommodatie en de rekenkamer. 
  6. Indien op een internationale wedstrijd tevens nationale rubrieken worden georganiseerd dienen de paarden die hieraan deelnemen op het wedstrijdterrein (behalve in de stal) identificeerbaar te zijn door het dragen van een, door de organisatie toegekend en door de deelnemer te verzorgen, (hoofdstel)nummer. 
  7. De wedstrijdorganisatie handelt bij ongevallen met een of meer paarden conform het gestelde in hoofdstuk 4 en het Protocol ‘Ernstig gewond of gestorven paard’, bijlage 2 van dit reglement.