Artikel 49, 50 en 51 Prijzen, Rozetten en Prijsuitreiking

Deze artikelen zijn onderdeel van het Algemeen Wedstrijdreglement Hoofdstuk 10: Voorschriften. 

Hieronder vind je de volgende artikelen: 
Artikel 49 - Geldprijzen/Waardebonnen/Kunst- en gebruiksvoorwerpen
Artikel 50 – Rozetten
Artikel 51 - Prijsuitreiking/Parade

Artikel 49 - Geldprijzen/Waardebonnen/Kunst- en gebruiksvoorwerpen

  1. Prijzen bij wedstrijden kunnen bestaan uit geldprijzen, waardebonnen en kunst- en gebruiksvoorwerpen. Rozetten worden niet als prijs beschouwd. 
  2. Wanneer geldprijzen worden uitgereikt bestaat er geen verplichting tot het uitreiken van bekers of ander eremetaal
  3. In het vraagprogramma dient duidelijk aangegeven te worden welke prijzen worden uitgereikt. 
  4. Wanneer twee of meer deelnemers gelijk eindigen moeten de gelijk geplaatste deelnemers de voor hen gezamenlijk bestemde prijzen evenredig onder elkaar verdelen. Indien het voorwerpen betreft moet worden geloot. Een afwijkende regeling kan gelden, mits deze is opgenomen in het door de KNHS goedgekeurde vraagprogramma of wanneer een afwijkende reglementaire bepaling in een disciplinereglement is opgenomen. 

Artikel 50 – Rozetten

  1. Iedere prijswinnaar ontvangt een rozet. Een organisatie kan een plaatsingsrozet of herinneringsrozet uitreiken. Indien een plaatsingsrozet wordt uitgereikt mag niet worden afgeweken van de kleuren als omschreven in lid 2. Herinneringsrozetten dienen uit tenminste 2 kleuren te bestaan. 
  2. De klassering van prijswinnaars wordt door middel van plaatsingsrozetten als volgt aangeduid:
    a. Kampioensprijs: plaatsingsrozet in de nationale driekleur
    b. Eerste plaats: oranje plaatsingsrozet
    c. Tweede plaats: rode plaatsingsrozet
    d. Derde plaats: witte plaatsingsrozet
    e. Vierde plaats: blauwe plaatsingsrozet
    f. Vijfde plaats: groene plaatsingsrozet
    g. Zesde en volgende plaats(en): roze plaatsingsrozet
  3. Een plaatsingsrozet in de nationale driekleur mag uitsluitend worden uitgereikt aan combinaties of spannen die een kringkampioenschap, een regiokampioenschap, een districtskampioenschap, een KNHSkampioenschap of een Nederlands Kampioenschap hebben behaald.
  4. Tijdens een rubriek mogen paarden niet getooid zijn met rozetten, die in een andere rubriek behaald zijn.
  5. Bij alle disciplines dient per rubriek tenminste één prijs en rozet per vier gestarte deelnemers of een gedeelte daarvan te worden toegekend.
Artikel 51 - Prijsuitreiking/Parade

  1. Prijzen worden uitsluitend uitgereikt aan de deelnemer, die met het desbetreffende paard in de desbetreffende rubriek is geklasseerd. 
  2. Prijswinnaars zijn verplicht te paard en met het paard waarmee zij aan de wedstrijd hebben deelgenomen voor de prijsuitreiking in de ring te verschijnen. De jury kan hierover afwijkend besluiten. 
  3.  Met uitzondering van dekens, die door de sponsor van de wedstrijd of rubriek of door de wedstrijdorganisatie worden aangeboden, mag er tijdens prijsuitreikingen niet met dekens worden gereden. De jury kan hier, bij bijzondere omstandigheden, een uitzondering op maken. 
  4. Indien de prijzen niet te paard in ontvangst behoeven te worden genomen, zijn de prijswinnaars verplicht in tenue bij de prijsuitreiking te verschijnen. De jury kan hierover afwijkend besluiten. 
  5. Niet uitgereikte prijzen of onterecht gewonnen prijzen vervallen aan de wedstrijdorganisatie. 
  6. De prijzen van individuele dressuurrubrieken dienen bij een maximum van 2 dressuurringen, binnen een half uur nadat de laatste deelnemer van de desbetreffende rubriek de dressuurproef heeft beëindigd, te zijn uitgereikt. 
  7. De prijzen van individuele dressuurrubrieken dienen, tot een maximum van 10 dressuurringen, binnen een uur nadat de laatste deelnemer van de desbetreffende rubriek de dressuurproef beëindigd heeft, te zijn uitgereikt. 
  8. Bij 11 of meer dressuurringen dienen binnen twee uur, nadat de laatste deelnemer van de desbetreffende rubriek de proef heeft beëindigd, de prijzen te zijn uitgereikt. 
  9. De prijsuitreiking van springrubrieken dient bij voorkeur direct na afloop, doch uiterlijk binnen een uur na afloop van de desbetreffende rubriek plaats te vinden. 
  10. Wanneer in het vraagprogramma is vermeld, dat een parade wordt verreden, staat het een deelnemer vrij hieraan deel te nemen.