Artikel 21 - Wedstrijdorganisatie

Dit artikel is onderdeel van het Algemeen wedstrijdreglement, Hoofdstuk 4: Veterinaire bepalingen, verplichtingen en functies. 

  1. Een wedstrijdorganisatie is verplicht voor wedstrijden, die worden verreden onder auspiciën van de KNHS, een Behandelend Dierenarts aan te stellen. Wanneer dit niet mogelijk is dient deze oproepbaar te zijn. 
  2. De wedstrijdorganisatie dient een voldoende gekwalificeerd persoon aan te wijzen om de Behandelend Dierenarts te assisteren. 
  3. De wedstrijdorganisatie verstrekt de Behandelend Dierenarts, wanneer deze aanwezig is op het wedstrijdterrein, indien nodig een band of een kaart waardoor deze persoon herkenbaar is en waarmee deze persoon overal toegang heeft. 
  4. In de disciplines Eventing, Samengesteld Mennen, Endurance en Mendurance is de wedstrijdorganisatie verplicht één of meer Wedstrijddierenartsen aan te stellen. 
  5. Een wedstrijdorganisatie is bevoegd, indien naar haar oordeel de aard en omvang van een wedstrijd of situatie daartoe aanleiding geeft, een uit dierenartsen bestaande commissie te vormen, onder voorzitterschap van de Wedstrijddierenarts. 
  6. Indien tijdens een wedstrijd ten behoeve van de deelnemers stalling wordt verzorgd, dient de wedstrijdorganisatie ervoor zorg te dragen, dat aan de aan stallen te stellen hygiënische voorwaarden is voldaan, de nodige veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en dat de stallen vóór de aankomst en na het vertrek van de paarden schoon worden gemaakt. 
  7. Voor zover van toepassing dient de wedstrijdorganisatie zorg te dragen voor een in kwantitatief en kwalitatief opzicht voldoende aanwezige voorraad voer, strooisel, water en voor een goede opslag ervan. Voorts dient de wedstrijdorganisatie zorg te dragen voor zindelijkheid en hygiëne op het stalterrein, alsmede voor een goede regeling voor het verwijderen van mest. 
  8. De wedstrijdorganisatie treft voor aanvang van de wedstrijd de nodige voorzieningen om gestorven of ernstig gewonde paarden uit de wedstrijdring of van het wedstrijdterrein te kunnen afvoeren. Er dient een scherm aanwezig te zijn waarmee een gewond of gestorven paard aan het zicht van het publiek kan worden onttrokken. Verder dient in voornoemde gevallen te worden gehandeld conform het protocol ‘Ernstig gewond of gestorven paard’ (bijlage 2).
  9. . De wedstrijdorganisatie is gehouden om, op verzoek van de Federatievertegenwoordiger, een privédierenarts de toegang tot het wedstrijdterrein te ontzeggen indien hij in strijd handelt met de bepalingen van dit reglement. 
  10.  Verplichtingen voor wedstrijdorganisaties met betrekking tot controles op ongeoorloofde middelen bij paarden zijn opgenomen in het Reglement Ongeoorloofde Middelen voor het Paard.